Inhoudelijk gezien kun je soms erg geconstrueerde gedichten herkennen, maar ook erg associatieve. Dat hangt van onderwerp, stemming en gevoel af.
De eerste bundel was een ver doorgevoerde constructie die uiteindelijk niet helemaal gerealiseerd is, zonder dat iemand dat gemerkt heeft. Dat “mislukken” (wat op zich weer een mooi verhaal is) had een zeer positief effect op het ontstaan van mijn tweede bundel. Het is namelijk het eerste gedicht geworden en is zelfs het tweede deel van het diptiek geworden op de voorkant van die bundel. Toeval, en “gestuurd” toeval spelen dan ook een grote rol in mijn poëzie.

Voor geïnteresseerden: het gaat over het gedicht “Als” in de bundel met dezelfde naam. Vaak schep ik een beeld zodanig dat je (denkt te) we(e)t(en) waar het over gaat, eventueel over wie het gaat, maar tegelijkertijd zorg ik ervoor dat je het juist helemaal niet weet. Een soort spel van mystificatie, maar dan wel inderdaad speels (letterlijk als een spel), want de ondertoon bedoel ik wel degelijk serieus. Om die authenticiteit te benadrukken heb ik in de laatste bundel de data en plaatsen erbij vermeld. Die kloppen, voegen daardoor informatie toe, maar ze roepen tegelijkertijd weer vragen op. Dat vind ik met name interessant: je denkt dat je het onder controle hebt, dat je het in de klauw hebt, maar dan rijzen er weer nieuwe vragen. En dat past wel bij mijn levensfilosofie: er komt nooit een eind aan, wel zijn er af en toe rustpunten. En ik hoop dat mensen die dan even in mijn gedichten kunnen vinden.>>